"Ik zag al vroeg dat niet alle ouders lief zijn"
Lonneke van Asseldonk is
kinderboekenschrijfster.
Haar nieuwste boek heet
Junkie-mama. Zij groeide op
bij haar ouders en een broer,
twee pleegbroers en een
pleegzusje. Nu woont ze
samen met Mark en hun twee
kinderen, Ties (6) en Maartje
(4) op een woonboot.
Lonneke groeide niet op in
een doorsnee gezin. Haar
eigen gezin is dat ook niet.
Vertel eens over het gezin waarin je geboren bent?
Ik had al een pleegzus voordat ik geboren ben. Zij is uit huis
gegaan toen ik een jaar of negen was. Daar heb ik geen contact
meer mee. Ik heb ook twee pleegbroertjes en nog een
pleegzusje en een eigen broer. Een pleegbroer en pleegzusje
gingen naar speciaal onderwijs. Mijn ouders hebben daarnaast
een heleboel baby’s opgevangen voor kort verblijf.
Hoe kijk je terug op je jeugd?
Ik zag al vroeg dat het niet allemaal gezellig is op de wereld.
Dat niet alle ouders lief zijn. Dat er kinderen zijn met problemen.
Ik had er vroeger ook wel eens last van. Al die problemen
in huis. Ik dacht wel eens ‘Doeg allemaal, ik heb er geen zin
in.’ Maar dat zullen alle eigen kinderen wel eens denken. Nu
achteraf ben ik blij dat wij pleeggezin waren. Ik heb heel veel
contact met mijn pleegbroers en -zusje. Ze zijn inmiddels volwassen
maar kunnen niet zelfstandig wonen. Ik help ze en ik ben
bewindvoerder voor allebei.
Jouw pleegbroer en -zus gingen naar speciaal onderwijs.
Jouw kinderen krijgen ook speciaal onderwijs.
Ze gaan niet naar school.
Hoe zit dat?
Ik geef mijn kinderen zelf les. Ties is korte tijd naar school
geweest, maar hij werd daar heel ongelukkig. Hij is een beetje
anders dan andere kinderen. Hij houdt niet van grote groepen mensen. We kwamen er achter dat je ook thuis onderwijs mag
geven. Dat mag iedereen doen. Je kunt lesmateriaal aanvragen
zodat je weet wat ze moeten leren. Ze leren eigenlijk waar ze
aan toe zijn. Ze lezen allebei al en ook leren ze nu de Engelse
taal. Het gaat eigenlijk helemaal vanzelf. Als ze besluiten dat
ze iets willen leren, gaat het heel snel omdat ze erg gemotiveerd
zijn. Het contact met andere kinderen missen ze niet
omdat we een of twee keer per week dingen samen doen met
andere thuisonderwijzers en hun kinderen.
Wil je zelf ook pleegkinderen?
Voorlopig nog niet. Ik ben lekker bezig met mijn pleegbroer en
-zus en we hebben er de ruimte niet voor. Misschien later als
Ties en Maartje een maatje groter zijn?
Waarom heb je juist dit onderwerp gekozen voor je
boek?
Ik zag hier in de stad een junkie met een hele dikke buik.
Ik dacht: ‘Wat zielig, wat zou er met het kindje gebeuren?’
Wij hadden vroeger thuis ook eens een verslaafde baby. Het
kind moest afkicken. Dat was heel erg. Ik was toen een jaar
of tien, maar ik weet dat nog heel goed. Zo is het idee voor
het boek er gekomen. Ik heb natuurlijk ook ervaring met pleegkinderen
en ik kan mijn pleegbroers en -zusje altijd vragen hoe
het voor hun voelde. Maar het verhaal lijkt niet op hoe wij
vroeger leefden.
Heb je nog meer boeken geschreven?’
Hoe word ik schrijver’, heb ik ook geschreven. Ik heb ook een
cursus gegeven voor kinderen vanaf 12 jaar over hoe je een
boek schrijft. Nu ben ik bezig met een nieuw boek, het komt
deze zomer uit en het heet: ‘Zoeken naar de waarheid’.
Sommige dingen heeft mijn moeder meegemaakt, maar het is
voor het grootste deel verzonnen. Het gaat over een meisje, zij
komt er achter dat haar moeder vroeger is misbruikt door haar
vader, dus de opa van het meisje. Ze wil steeds haar opa ontmoeten
maar dat mag niet van die moeder. Haar opa ontkent
alles en zij gaat op zoek naar de waarheid. Maar het komt
allemaal goed.
Waarom schrijf je?
Het is een manier om te vertellen hoe ik over dingen denk.
Ook om positief in de wereld te staan. Mijn boeken lopen altijd
goed af. Daar kies ik bewust voor. Ik kon het vroeger niet uitstaan
als een boek niet goed af liep.