"Luisteren, mag het een beetje meer zijn?"

Er moet naar pleegkinderen geluisterd worden. Dat vindt iedereen. Dat zegt iedereen. Maar doen pleegzorgwerkers dat wel? En voogden? Voor wie werken die mensen eigenlijk, vraagt Karin (17) zich af. Ze woont zelf in een pleeggezin en windt zich enorm op omdat ze denkt dat er veel ellende voorkomen kan worden als er beter naar pleegkinderen geluisterd wordt. Hier volgt haar relaas. Reacties zijn welkom.

Pleegzorgwerkers en voogden hebben werk omdat er kinderen in de problemen zitten. Ze werken voor Jeugdzorg, maar ze zouden eigenlijk voor de kinderen moeten werken. Als ze de kinderen willen helpen, waarom wordt er dan zo weinig naar deze kinderen geluisterd? Volwassen vinden kennelijk hun eigen normen en waarden belangrijker dan wat het kind nu eigenlijk zelf wil.

Als het thuis niet goed is voor een kind, moet dat kind niet terug naar huis geplaatst worden. Hoe vaak hoor je niet in het nieuws dat de jeugdzorg faalt? Pas geleden nog een jongetje van 7 dat op school was neergestoken, de dader had ook een verleden met jeugdzorg. En een tijd terug was ook in het nieuws dat een kind terug werd geplaatst bij de ouders en daarna om het leven werd gebracht.

Ik denk dan bij mijzelf: “Dat had toch voorkomen kunnen worden?”. Vanaf een bepaalde leeftijd kunnen kinderen zelf wel aangeven wat zij nu eigenlijk zelf willen. Zij hebben per slot van rekening een heleboel
meegemaakt en kunnen daardoor zelf wel een beetje inschatten waar ze aan toe zijn. Misschien dat ze wel weer aan worden getrokken door thuis omdat ze daar hun moeder zien, maar bureau Jeugdzorg en de pleegzorg is er toch ook om ervoor te zorgen dat alles goed voorloopt en dat er niets fout gaat. Dat kan toch alleen als ze met dat kind praten.

Ik vind dat jeugdzorg meer naar de situatie moet kijken waarin het kind zit. Het ene kind wil graag dat er iedere week een pleegzorgwerker komt om met hem of haar te kunnen praten. Een ander kind heeft daar helemaal geen behoefte aan heeft. En zo zijn er nog meer voorbeelden te noemen. Nog eentje dan: je zou gewoon een andere begeleider moeten krijgen als het niet klikt met een pleegzorgwerker. Wat moet je met een stoffig type waar je echt niet op zit te wachten? Dan wil je natuurlijk niet dat hij of zij om de één of twee maanden op je lip zit. En dan heb je dus een groot probleem.

Nog zoiets: de voogden en pleegzorgwerkers zijn de hele tijd aan het koffieleuten met iedereen om te weten hoe het nu eigenlijk met het pleegkind gaat, maar er even zelf naar toe stappen en vragen hoe het op school is, of ze leuke vriendjes heeft ofzo, ho maar!!! Dat is dan weer te veel van het goede. Het hoeft ook niet vaak te gebeuren dat een pleegzorgwerker dit doet, maar ik denk dat er veel meer gezien kan worden als de visies van verzorger, pleegzorgwerker, voogd en kind op tijd bij elkaar gelegd worden. Zo kan er een veel beter beeld komen van hoe en wat de juiste oplossing is, voor welk besluit dan ook.

Zelf heb ik meegemaakt dat ik mijn ouders moest zien. Ik heb geen behoefte om mijn ouders te zien. Het liefst zou ik ze nooit meer zien, maar omdat zij mij heel graag wilden zien en omdat ik als jongere niet
zomaar mag zeggen: “Ik ga er niet meer naartoe” moest ik voorheen elke keer naar de bezoekregeling, die mijn voogd toen had geregeld. Gelukkig kreeg ik toen ik 16 was meer te zeggen en ga ik uiteindelijk
minder vaak. Dus ja, het is uiteindelijk wel goed gekomen, maar ik heb hetzelfde standpunt gehouden door de jaren heen. Dan denk ik dus bij mezelf: “Waarom heb je als je jonger bent dan 16 zo weinig te zeggen?!”

Karin Vos, met dank aan: Julia, Ankili, Jonna, Annet, Anja, Kelsey, Lukas

Mail de redactie van de WAT?!

© Mobiel, Zwolle