"Ik ben geen familie gewend"

Soms zijn familiebanden sterker dan je denkt. Bob (19) kende zijn Nederlandse familie helemaal niet, maar toen hij in een crisis zat wisten ze elkaar te vinden. En hoe. Een jaar geleden stapte Bob in Australië op het vliegtuig naar Nederland. Hij kwam in een vreemde wereld terecht, maar was welkom in het gezin van een neef van zijn moeder. Geen pleeggezin in de gewone zin van het woord, maar toch…

“Ik ben in Nederland geboren. Kort na mijn geboorte emigreerden mijn ouders, zus en ik naar Australië. We wonen 200 kilometer ten noorden van Sydney. Daar werd mijn broertje geboren. Toen ik 17 jaar was, raakte ik in de knoop. Ik wist niet wat ik met mijn leven wilde. Ik had ruzie met mijn zusje; we hebben een jaar niet tegen elkaar gesproken. Eenmaal in Nederland kwam ik min of meer toevallig terecht bij het gezin van Frans (45), Monic (45), Stan (14) en Joos (7). Frans is een neef van mijn moeder.

Het klikte
Ik had diverse redenen om naar Nederland te komen. Ik kende mijn geboorteland en mijn familie helemaal niet. Ik wilde ook muziekfestivals bezoeken, werken en reizen. Maar vooral beslissen wat ik verder zou gaan doen. Ik had mijzelf een jaar gegeven om dat uit te zoeken. Het was de bedoeling om een paar weken in het gezin van Frans en Monic te logeren. Na bijna een heel jaar woon ik er nog. Het was vanaf het begin erg leuk en ik bleef gewoon..... Ik heb veel gedaan het afgelopen jaar. Ik werk nu als schilder, maar dat is niet zo gemakkelijk gegaan als ik gedacht had. Ik ben naar Pink Pop geweest en naar Fields of Rock. Ik heb ook drie weken in Ierland gewerkt bij kennissen van mijn ouders. Verder heb ik Frans en Monic geholpen bij hun verbouwing. Mijn zus is op bezoek geweest. Met mijn ‘pleeggezin’ ben ik in Parijs geweest.

Anders
Het grootste verschil tussen mijn families in Australië en in Nederland is dat wij in Australië veel meer op onszelf zijn. Hier wonen we in Utrecht in een straat met honderden, misschien wel duizenden buren, overburen en achterburen. Dat vind ik soms moeilijk en irritant. In Australië wonen onze buren vijf kilometer verderop. Wij krijgen misschien een keer per veertien dagen bezoek in het weekend, misschien...
Bij Frans en Monic komen iedere dag mensen over de vloer. Zij delen ook problemen met elkaar. Dat ben ik helemaal niet gewend. Als ik problemen heb, vind ik dat ik de eerste en de enige ben die dit moet oplossen. Ik vind het prima om iedere dag andere mensen te zien. Maar je kunt niet altijd doen wat je wilt. Ik vind het prettig om veel alleen te zijn.

Gevoelens

Ik ben niet zo’n gevoelsmens, maar ik houd natuurlijk wel van mijn familie. Ik heb een sterke band met mijn moeder. Zij noemt mij haar‘charming kid’, dat voelt voor mij goed. Met mijn vader is de band iets losser. Met hem is wel eens een meningsverschil uit de hand gelopen; dat werd toen slaande ruzie. De relatie met mijn zus is nu redelijk. We hadden bijna een heel jaar niet met elkaar gesproken, maar nu is het bijgelegd. Ik denk dat het niet meer zoals vroeger wordt. Met mijn broertje kan ik prima overweg. Ik vertrouw mijn familie wel maar ik weet niet of ik mijn geheimen met ze zou delen. Dat is afhankelijk van het geheim. Ik houd graag dingen voor mezelf.

Mijn ouders hebben mij eigenlijk niets verteld over de familie in Nederland. Het waren vreemden voor mij. Ik heb de meeste familieleden van mijn vader ook bezocht. Maar zij zijn afstandelijk. De familie van mijn moeder houdt veel meer contact. Zij bezoeken elkaar steeds en bellen elkaar. Misschien had ik ook bij andere familieleden kunnen wonen. Maar deze familie wilde mij houden.

Kangoeroes
Wat ik het meeste mis is mijn hobby: jagen. Ik ging ieder weekend jagen op kangoeroes, wilde varkens en herten. In Australië is dat normaal. Hier vind niemand dit normaal. Ik vind het heel leuk en ook nodig. De kangoeroes zijn een grote plaag. Ik mis mijn thuis en mijn vrienden ook wel. Ik heb soms contact via msn.

Kinderen
Ik heb hier gemerkt dat ik goed met kinderen kan omgaan. Ik ben erg verlegen maar bij kinderen niet. Dan durf ik ook Nederlands te spreken. Ik heb geen vaste plannen voor de toekomst. Ik ga in ieder geval werken in Australië, misschien studeren op een ‘Art-school’. Dan kan ik ooit les geven aan kleine kinderen. Na bijna een heel jaar bij het gezin van Frans en Monic gewoond te hebben, zijn ze écht mijn familie geworden. Ik voel me helemaal op mijn gemak. Het is mijn tweede thuis. Ik voel met allemaal een vriendschappelijke band. Voor Stan en Joos ben ik een soort oudere broer. Ik voel me wel lid van het gezin, maar geen derde zoon. Dat ligt ook aan mijn leeftijd, denk ik. Wat ik het meeste zal missen van Nederland is het snelle internet...grapje, de mensen natuurlijk. Maar dat gaat wel over. Ik leef oppervlakkig. De dingen gaan bij mij niet zo heel diep. Zo bén ik gewoon.”

Interview:
Mar-Li Wingens

Mail de redactie van de WAT?!