"Onze ouders vragen nooit naar ons"
Fons (14) en Kelly (11) wonen in een pleeggezin.
Al hun hele leven. Hun eigen ouders
kennen ze niet. Ja, van een foto. Het contact
met hen missen ze niet, zeggen ze. Daarvoor
hebben ze het te goed naar hun zin in het
pleeggezin, met hun twee pleegvaders en de
vijf andere pleegkinderen. Aan de WAT?!-
redactie ver tellen ze over hun leven.
‘Wij hebben geen contact met onze ouders’, begint Fons het
gesprek. Zijn zus Kelly, die naast hem zit, knikt bevestigend.
’We wonen hier al sinds we geboren zijn. Papa Ron en papa Aad
(de pleegouders, red.) zien we als onze ouders. We weten alleen
dat onze moeder Paula heet. Ik heb haar één keer gezien toen ik
vier was.’
Terwijl Fons vertelt, komt Hannae (6) binnenlopen. Ze is het
jongste zusje van Fons en Kelly. Vertellen wil Hannae niet.
Stilletjes kruipt ze bij haar grote zus in de stoel en nestelt zich
dicht tegen haar aan. Hannae is, net als Fons en Kelly, meteen na
haar geboorte in het pleeggezin van papa Ron en papa Aad
opgenomen. Kelly vertelt dat ze ook nog een oudere zus hebben.
Ze heet Paula, net als hun moeder. Zij kwam in het pleeggezin
toen ze een half jaar oud was. Ze komt nog af en toe in de
weekenden. Zus Paula is de enige die – af en toe- contact heeft
met hun moeder.
Geen herinneringen
Fons en Kelly hebben geen herinneringen aan hun ouders, maar
weten wel dingen van ze. Fons: ‘Mijn pleegvaders kennen mijn
ouders. Soms vertellen ze over mijn moeder. Maar het zijn altijd
slechte dingen. Dus vaak wil ik het liever niet weten. En papa
Ron vertelde pas dat hij mijn vader had gezien op het station.
Hij zwerft.’
‘Papa Ron' komt bij het gesprek zitten en legt uit: ‘Wij hebben
een redelijke band met hun ouders. Ze zijn beiden drugsverslaafd.
We hebben altijd geprobeerd het contact te stimuleren.
Te gelijkertijd begrenzen we het, met wederzijds respect, ook
heel sterk. Dat doen we in het belang van de kinderen. Het is
onze taak hen te beschermen. Wij hebben de volledige voogdij
en zijn verantwoordelijk.’
Wachten op een telefoontje
Een van de dingen die de beide pleegvaders geprobeerd hebben
om het contact te stimuleren, is het regelen dat moeder Paula
belde op de verjaardagen van haar kinderen. Fons: ‘Dan zaten
we te wachten tot ze belde. Ze belde altijd voor de verjaardag
van onze zus Paula. Dus bleven wij ook wachten. Maar ze belde
niet. Nooit. Nu belt ze niet meer. En wij wachten niet meer.’
Kelly: ‘Het is niet leuk dat ze niet naar ons vraagt. Paula belt nog
één keer per jaar, maar dan vraagt ze niet naar ons, alleen naar
onze oudste zus. Dat is niet leuk. En onze vader belt helemaal
nooit.’
Papa Ron: ‘Hun vader is eigenlijk nooit in beeld geweest. Zoals
Fons al zei: hij zwerft. Hun zus Paula is de enige die na haar
geboorte bij haar moeder heeft gewoond. Daar is iets van een
band. Met de andere drie niet. Dat komt omdat hun moeder
verslaafd was toen ze geboren werden en absoluut niet in staat
was voor ze te zorgen. Ze wilde het ook niet. Ook de kinderen
hadden zorg nodig. Ze zijn allemaal verslaafd ter wereld gekomen.
Wij hebben gezorgd dat de kinderen hier terecht konden.’
Vooruit kijken
Fons en Kelly horen de uitleg van hun pleegvader onbewogen
aan. Ze kennen hun geschiedenis, ook door de documentaire*
die ervan is gemaakt. Maar het verleden is voor hen een verhaal
waar ze niet al te vaak op terug willen kijken. Hun leven is hier,
bij hun twee vaders Ron en Aad. Ze kijken vooral vooruit en niet
terug. Kelly zegt nog wel: ‘Ik zou willen weten hoe mijn ouders
er in het echt uitzien. Ik heb ze alleen maar op de film gezien. Ik
zou mijn moeder wel willen kennen. En ik zou ook wel willen
weten wat het is om een vader én een moeder te hebben.’
Genoeg aandacht
Fons en Kelly zijn gelukkig in het pleeggezin waarin ze wonen.
Fons: ‘We doen veel leuke dingen. We mogen veel, als we het
maar vragen. Een tijd geleden zijn we bijvoorbeeld alleen (dus
zonder onze vaders) naar de Efteling geweest.’ Kelly: ‘Ik verveel
me hier nooit. Het is hier gezellig, we krijgen genoeg aandacht
en we hebben allemaal een eigen kamer. Dit is mijn thuis. Fons:
Onze vaders voelen niet als pleegvaders, maar als echte vaders.
En ik voel geen verschil tussen een echte broer/zus of een pleegbroer/
zus. Dat is voor mij hetzelfde.’
Tot slot.……nu we hier toch zijn, stelt de WAT?!-redactie een vraag
waar niet vaak de gelegenheid voor is: Hoe is de rolverdeling in
een gezin met twee vaders? Kelly en Fons gaan met elkaar in discussie.
Dan zegt Fons: ‘Snoep en drinken vraag ik eerst altijd aan
papa Aad. Daar is de kans het grootst dat je wat krijgt. En als die
nee zegt, probeer ik het bij papa Ron. En als je ergens heen wil,
moet je bij papa Ron zijn. Die is daar veel makkelijker in.’ Papa
Ron luistert op de achtergrond mee en schaterlacht...
Daarna zegt hij, ernstig en trots: ‘Fons en Kelly staan evenwichtig
in het leven’. Fons kijkt zijn pleegvader aan en zegt: ‘Ik voel me
veilig en beschermd door mijn vaders. En ze doen het goed naar
mijn ouders toe.‘
Interview: Ankili, Annet.
Tekst: Monique.
Over het leven van de pleegkinderen van papa Ron en papa Aad
is in 1998 een documentaire Twee Vaders gemaakt en op de televisie uitgezonden.
Fragmenten zijn te zien op www.tweevaders.nl
© Mobiel, Zwolle